Van de kienkaart in het dorpshuis naar bingo op je smartphone
Er is een geluid dat veel mensen hier meteen terugbrengt naar vroeger: het korte, luide “KIEN!” dat door de zaal schalde, gevolgd door een gezamenlijk gekreun

Er is een geluid dat veel mensen hier meteen terugbrengt naar vroeger: het korte, luide “KIEN!” dat door de zaal schalde, gevolgd door een gezamenlijk gekreun van iedereen die net één getal tekortkwam. De klapstoeltjes stonden in rechte rijen, de koffie was bijna op, en ergens vooraan zat de spelleider met een microfoon die af en toe piepte. Wie in Hilvarenbeek of de wijde Kempen is opgegroeid, kent het tafereel waarschijnlijk uit het parochiehuis, de gymzaal of de kantine van de voetbalclub.
Want in Brabant zeiden we geen bingo. We gingen kienen. Dat woord is typisch voor het zuiden van het land, en het klonk altijd net even huiselijker dan dat internationale “bingo”. Het spel is in de kern hetzelfde, maar de naam droeg iets van hier in zich. Je ging niet zomaar een avondje uit, je ging kienen, en dat betekende: buren, tantes, de hele straat door elkaar heen aan lange tafels. Vandaag is een deel van die spelcultuur verschoven naar digitale omgevingen, waar gemak en toegankelijkheid een grotere rol spelen. Wie vroeger een kienkaart op tafel had liggen, kan nu met een paar tikken op het scherm kennismaken met moderne varianten van het spel, waaronder vormen van online gokken zonder account die laten zien hoe sterk de ervaring is veranderd ten opzichte van de vertrouwde zaal van vroeger.
Zoals het vroeger ging
De opzet was simpel en juist daarom zo fijn. De spelleider had een ondoorzichtig zakje met negentig balletjes en trok er één voor één een getal uit, dat hij luid en duidelijk afriep. Voor je lag je kienkaart, en anders dan bij bingo speelde je de hele avond met diezelfde kaart. Je streepte de getallen niet door, maar legde er een doorzichtig fiche overheen, zodat je kaart langzaam vol raakte terwijl de spanning opliep.
Eerst speelde je voor een volle rij, later voor een volle kaart, en dat verschil bepaalde ook de prijs. De sfeer zat hem juist in dat wachten. Iedereen tuurde naar zijn eigen kaart, mompelde de getallen mee, en zodra iemand aan de andere kant van de zaal “KIEN!” riep, ging er een golf van teleurstelling en gelach tegelijk door de rijen.
De prijzentafel als tijdmachine
De prijzen zeggen misschien wel het meest over die avonden. Vergeet grote geldbedragen. Op de tafel vooraan stonden een magnetron, een koffiezetapparaat, een fruitmand of een fors vleespakket voor bij het weekend. Bij de hoofdronde kon er zomaar een fiets of een wasmachine te winnen zijn. Wie won, sjokte trots naar voren en droeg zijn prijs even later triomfantelijk mee naar huis.
En dat was nu net het punt: het ging eigenlijk nooit echt om winnen. Een kienavond werd meestal georganiseerd door de plaatselijke vereniging, de fanfare, de voetbalclub of een jeugdbeweging, om wat extra geld op te halen voor een nieuw tenue, een uitje of het clubhuis. Je kwam voor het goede doel, voor de gezelligheid, en de magnetron was mooi meegenomen. Het hele dorp schoof aan, van oma tot kleinkind, en dat maakte de zaal voor één avond het kloppend hart van de gemeenschap.
Rook, koffie en klapstoelen
Wie goed zijn best doet, ruikt het bijna weer. Vroeger hing er een wolk sigarettenrook, later werd het de geur van filterkoffie en een punt vlaai in de pauze. De stoelen schraapten over de vloer, kinderen renden tussen de tafels door, en de spelleider moest af en toe om stilte vragen voordat hij het volgende getal kon afroepen.
Het was een avond zonder haast. Tussen de rondes door werd er bijgepraat over de buurt, over het weer, over wie er ging trouwen. Kienen was daarmee veel meer dan een spel. Het was een sociaal ritueel dat generaties bij elkaar bracht op een manier die tegenwoordig zeldzaam is geworden.
Hetzelfde spel, nu in je broekzak
En toch is het spel nooit verdwenen. Het heeft alleen een nieuwe plek gevonden: je smartphone. Online bingo met negentig nummers is eigenlijk gewoon kienen in een modern jasje. Dezelfde getallen, dezelfde spanning van dat ene balletje, alleen rolt de trommel nu digitaal over je scherm.
De techniek heeft er zelfs iets aan toegevoegd. Veel spellen hebben een chatfunctie, waardoor je onder het spelen kletst met anderen, precies zoals je vroeger met je buurvrouw aan tafel deed. Sommige varianten werken met een presentator via de webcam, zodat er toch een stem is die de getallen afroept. De gezelligheid heeft zich, met horten en stoten, mee verhuisd naar het scherm.
Handig is het zeker. Je hoeft niet te wachten tot de vereniging weer een avond plant, je speelt gewoon wanneer het jou uitkomt, op de bank of in de trein. Maar eerlijk is eerlijk: de geur van koffie mis je, en een fruitmand komt er langs digitale weg ook niet in.
Wat blijft
Het mooie is dat het oude en het nieuwe naast elkaar bestaan. Nog altijd worden er in Brabantse dorpshuizen kienavonden georganiseerd voor de club, met echte kaarten, echte fiches en een echte prijzentafel. Wie daar een keer gaat zitten, merkt dat de kern onveranderd is gebleven: het samen zijn, het meeleven, dat ene getal dat maar niet valt.
De vorm verandert, van de klapstoel naar het touchscreen, maar de kriebel is hetzelfde gebleven. Of je nu een fiche verschuift of op je scherm tikt, dat moment vlak voordat je “KIEN!” roept, blijft precies even spannend.
Heb jij vroeger nog gekiend in het dorpshuis, en welke prijs herinner je je nog het beste: die trouwe magnetron, of misschien wel een compleet vleespakket?